Door Edwin Gitsels / Biografiebureau Dit is je leven - 30/12/20

 

Het leven is (g)een to-do lijst. Of het nu gaat om werk, om het huishouden, om zelfontwikkeling: altijd begint het met een idee of een constatering. Dat idee vormt een wens, een verlangen: je wilt dat iets anders is of wordt dan het nu is. Dat je meer gaat verdienen, meer vrije tijd hebt, dat de klimop gesnoeid wordt, de keukendeur niet meer klemt, je 4 kilo afvalt, je de autobiografie van Barack Obama eindelijk gaat lezen (je had die van Michelle nog niet eens uit), je je neef in Australië weer eens schrijft, de lijst is schier eindeloos.

DE HOND VAN PAVLOV

Om iets te bereiken, moet je iets ondernemen. Dat kun je onmiddellijk doen – je heb dorst, dus je vult een glas met kraanwater en drinkt het leeg – of je doet het later. En om te voorkomen dat het je korte termijngeheugen in beslag neemt (totdat het door iets anders urgents – of erger: niet-urgents –  wordt overschreven en je het vergeet), zet je het op een to-do lijst.

Ik gebruik de app To Do van Microsoft, de opvolger van Wunderlist. Als je in To Do iets afvinkt, klinkt er een belletje. Het effect dat dat belletje op mij heeft, bewijst dat ik niet veel verder ontwikkeld ben dan de hond van Pavlov: ik ga ervan kwijl… kwispelen, want ik heb weer iets af.
Nu is het grappige dat in To Do de voltooide taken niet gewist worden – althans, niet zoals het bij mij is ingesteld – , maar met een streep erdoor in de lijst blijven staan. Zo kan ik door alle taken die ik afgelopen jaar heb afgerond scrollen. Voorwaar een indrukwekkende lijst!

PATTY EN COEN

Er zitten taken tussen waarvan ik me nu al niet meer kan herinneren waar ze op sloegen. ‘Patty in la tv-kast’, bijvoorbeeld, dat ik eind maart heb afgevinkt. Geen idee waar het over gaat, niet wie Patty is, laat staan wat ze in de la van onze tv-kast te zoeken had.
Er zitten taken tussen waarvan ik toen ik ze afvinkte nog geen vermoeden had waar het toe zou leiden. ‘Coen Swijnenberg terugbellen,’ bijvoorbeeld. Coen – ja, die van Coen & Sander – had mij een berichtje gestuurd: hij had mij op internet gevonden en wilde me spreken. Twee weken later zat ik bij zijn 80-jarige vader in de huiskamer, en voerde het eerste van een reeks boeiende gesprekken. Momenteel ben ik volop bezig met het schrijven van zijn biografie èn heeft hij mij bij een 94-jarige goede kennis aanbevolen, die ik inmiddels ook twee keer heb bezocht en wiens levensverhaal ik komend jaar eveneens aan het papier ga toevertrouwen.

VAN PENOZA NAAR CORONA

Maar in een bizar jaar als 2020 staan er ook taken op mijn to-do lijst die nu al nostalgisch stemmen. ‘Bioscoopkaartjes reserveren,’ lees ik een paar maal in januari en februari. Petra en ik hadden net sinds een aantal maanden de bioscoop herontdekt. Jarenlang had ik drie tot vier keer per week tussen collega’s in een filmzaal gezeten, toen ik midden jaren ‘90 een punt zette achter het recenseren van films voor tijdschriften en vakbladen. In de tussenliggende 25 jaar was ik misschien tien keer naar de bioscoop geweest. Tot we Cineworld in Beverwijk ontdekten: 25 minuten met de auto, gratis parkeren, en een gezellig grand café erbij. We zagen ‘Rocket man’, ‘Penoza’, ‘1917’, ‘Knives out’, ‘Just mercy’… en toen kwam corona.

 

LEKKER VERDWIJNEN

Cocoonen is op z’n tijd heerlijk. Maar ik mis het lekker in het donker verdwijnen in een film op het grote doek. De vrijdagmiddagborrels in ons stamkroegje Het Wapen van Zandvoort. Onze etentjes buiten de deur op zondagavond.
Ik wens dat iedereen in 2021 de dingen die hij of zij mist weer terug ziet keren in zijn of haar leven. Maar bovenal: blijf gezond en doe wat daar voor nodig is, niet alleen voor jezelf, ook voor elkaar! Zet anderhalve meter afstand houden op je to-do lijst en vink het pas af als we Covid-19 er helemaal onder hebben.
Wat zal dat belletje een opluchting geven!

 

Over Edwin Gitsels - Dit is je leven

Door Edwin Gitsels / Biografiebureau Dit is je leven - 16/04/20

Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Nu grote delen van onze maatschappij noodgedwongen tot stilstand zijn gekomen, valt ons op, naast de schone, strakblauwe lucht, het vogelgekwetter en de overbodigheid van publiek bij talkshows, dat we altijd wel heel erg aan het hollen en draven waren. Vanwaar toch die rusteloosheid? De Vlaamse filosoof Ignaas Devisch schreef er in 2016 een boek over dat in deze coronacrisis zeer waardevolle inzichten biedt. Zoals: waarom mogen soms erger is dan moeten…

En toen zat ook ik ineens met een lege agenda. De biografie die ik bijna af had moest even in het vriesvak, want ik kon de 83-jarige hoofdpersoon niet meer bezoeken. Het tv-programma dat ik samen met het team aan het opstarten was, is voor onbepaalde tijd stil komen te liggen, omdat er 2000 man publiek bij verwacht werd en we niet met een cameraploeg langs kunnen bij de kwetsbare mensen die we willen portretteren: kankerpatiënten.

EEN BEETJE RONDHANGEN

Eindelijk weer tijd voor verwaarloosde liefhebberijen

Onmiddellijk drongen twee projecten zich aan me op die ik even opzij had gelegd omdat het mijn eigen initiatieven zijn en geen betaalde klantopdrachten: een boek en een documentaire. Maar ik wilde ook van de gelegenheid gebruik maken om achterstallig onderhoud aan ons huis te plegen. Eindelijk het pianospelen weer op te pakken. Me verder te bekwamen in videomontage. Mijn blog nieuw leven in te blazen. Kortom: in no time puilde mijn agenda weer uit met zelfopgelegde taken en bezigheden. Want zo pak ik dat aan: meteen een strakke planning maken, waar ik mijzelf gedisciplineerd aan houd, inclusief elke dag de wekker op kwart over 7 zetten en de dag beginnen met een uur bewegen.

Natuurlijk weet ik ook wel dat het vooral een manier is om in control te blijven. Maar hé, het werkt. Althans, ten dele. Want één ding waar ik ook al jarenlang structureel naar verlang en dat met deze aanpak allesbehalve bereikt wordt, is: rust. Een beetje rondhangen. Me vervelen. Schijnt goed te zijn voor je creativiteit, je ideeënrijkdom en je hart en bloedvaten.

GEEN TIJD TE VERSPILLEN

Maar dat ging ‘m dus niet worden. Hoe weet ik nu al niet meer, maar in diezelfde week kwam het boek Rusteloosheid van Ignaas Devisch op mijn pad. Ik heb een Kobo Plus abonnement, dus ik heb de directe beschikking over duizenden boeken. Ook die van Devisch. Geen tijd te verspillen, ik wilde het nú lezen. Misschien zou het verklaren waar die enorme drang (dwang?) om me te ontwikkelen en om creatief en/of nuttig bezig te zijn vandaan komt. Ledigheid is des duivels oorkussen, het staat nog net niet op mijn voorhoofd getatoeëerd.

Het boek stelde me niet teleur. Devisch gaat terug naar de 14e eeuw en zet op een rij wat tal van grote denkers over dit fenomeen te zeggen hadden. Dat was meteen inzicht 1: het heeft weinig te maken met De Huidige Tijd, waarin altijd alles maar sneller en sneller gaat.  Neem bijvoorbeeld de Duitse neuroloog Wilhelm Erb, die zei: ‘De ongodsdienstigheid, ontevredenheid en hebzucht zijn in brede lagen van het volk toegenomen; de mateloze uitbreiding van het verkeer en de wereldomspannende netwerken hebben de omstandigheden in het handelsverkeer totaal gewijzigd: alles gebeurt in haast en agitatie.’ Wanneer Erb deze uitspraak deed? In 1893.

LIFE’S WHAT YOU MAKE IT

Overigens, die ongodsdienstigheid waar Erb het over heeft speelt een grote rol in onze rusteloosheid, schrijft Devisch. Door de secularisatie zijn wij als individuen steeds vrijer geworden in onze keuzes. Daarnaast is afkomst een kleinere rol gaan spelen. Je identiteit wordt nu bepaald door je persoonlijke verdienste, door je prestaties. Life’s what you make it, zoals Mark Hollis van Talk Talk zong. Hoe meer we de vrijheid hebben om onze eigen keuzes te maken, hoe meer onze identiteit staat voor het resultaat van die persoonlijke keuzes.

‘We mogen de hele dag zelf bepalen wat we doen en dat brengt een enorme druk met zich mee,’ aldus Devisch. ‘Mogen is soms nog erger dan moeten. Want we worden verantwoordelijk gesteld voor alle keuzes die we maken. We zijn bijgevolg moe van almaar te moeten kiezen, van onszelf te moeten zijn.’
De Duitse filosoof Peter Sloterdijk noemt dat de NV Ik. Coaches adviseren ondernemers en zzp’ers om zichtbaar te zijn, zich te profileren op social media en hun persoonlijke verhaal zoveel mogelijk te vertellen. Zelfrealisatie rules! We zijn constant met onze Ik BV bezig. Daarom komen we tijd tekort en klagen we over tijdsdruk. Dag in, dag uit werken we aan het realiseren van onze ambities en aan het nastreven van een betere versie van onszelf. Devisch: ‘Zelfontplooiing is tegenwoordig een never ending story dat als ideaal zowel in arbeid als in vrije tijd doorwerkt.’

ONBEWOOND EILAND

Op een onbewoond eiland verlangen we naar de wereld

En dan kan het gebeuren dat we onszelf voorbijlopen. Dan wordt het ons teveel en verlangen we naar een tijd waarin we niets meer verlangen, maar dat is ook weer een verlangen. ‘Wie het druk heeft, verlangt naar een onbewoond eiland. Wie op een onbewoond eiland leeft, verlangt naar de wereld.’

Momenteel leven velen van ons op een onbewoond eiland, metaforisch gesproken. In dit vier jaar geleden verschenen boek was dat voor Devisch nog een hypothetisch gegeven: ‘Elke avond van de week kunnen we naar de film, het theater of een concert; we kunnen zo vaak we willen met vrienden afspreken […], we kunnen vandaag van zoveel proeven dat het inderdaad vaak moeilijk kiezen is. Maar stel je voor dat er niets te beleven valt, dat er geen sportterreinen zijn, dat de plaatselijke bibliotheek dicht is, dat alle festivals en feesten worden afgelast. […] Hoelang zouden we die verlangzaming als prettig ervaren? Anders gezegd: hoe snel zouden we niet rusteloos op zoek gaan naar iets om onze vrije tijd te vullen?’

INKTZWARTE DOEMSCENARIO’S

In die situatie zitten we nu. En, bevalt het? Ikzelf begin het er nu na een maand wel moeilijker mee te krijgen. Ik zou heel graag weer gewoon gezellig uit eten willen of even een biertje doen met vrienden in ons stamcafé.
Maar ik zie ook grote voordelen. Thuiswerken is me altijd al uitstekend bevallen;  ik kwam er gisteren achter toen ik naar de bouwmarkt reed dat ik vier weken niet in mijn auto had gezeten! Dat we nu met z’n allen eens goed nadenken over of alles wat we deden en ondernamen wel echt nodig was, is winst.

Maar tegelijkertijd worden ons inktzwarte doemscenario’s voorgeschoteld over de maatschappelijke en economische gevolgen van deze pandemie. Hoe eerder alles weer op volle stoom is, hoe meer we de schade beperken, aldus het IMF. Maar is dat dan de hoop, dat we zo snel mogelijk weer naar de oude situatie terugkeren, door Devisch als volgt omschreven: ‘Iedereen drijft elkaar tot het uiterste om maar een milliseconde sneller te zijn dan de concurrent. Wat in de sport winnen heet, wordt in de economie gedefinieerd als winst. Wie een economie op tijd doet draaien, zet alle schakels van het systeem onder tijdsdruk: het werk, de consumptie, de productie, de distributie, de ontwikkeling en vernieuwing en het onderzoek.’

KEUZESTRESS

Want steeds sneller is de oplossing niet. We dachten altijd dat we meer vrije tijd zouden overhouden door alle nieuwe technieken, maar het tegendeel is waar.  Die vrijheid schept nieuwe rusteloosheid: wat gaan we met die herwonnen uren doen? Vrijwel alles kan, en dat maakt het juist zo moeilijk om te kiezen. Keuzestress: voor alles waar je voor kiest, bestaan er ook tal van alternatieven.

Wat voor mij werkt, is om van tevoren een weekschema te maken met voor elk dagdeel een activiteit. Dan hoef ik als ik daarmee bezig ben niet meer na te denken over of ik misschien beter iets anders zou kunnen doen. De kunst is om precies de balans te vinden tussen jezelf aan je eigen schema te houden en de vrijheid te nemen om ervan af te wijken als de omstandigheden daarom vragen. Om te voorkomen dat je een slaaf wordt van jezelf. Want dat is weer het andere uiterste van teveel vrijheid.

MINDER WERKEN HELPT NIET

Tot besluit nog een wijze les van Ignaas Devisch uit zijn boeiende boek: ‘Rusteloosheid verdwijnt niet door minder te werken of meer te ontspannen. Dat kan misschien voor even de drukte en de onrust doen verminderen, maar het constante idee dat je iets moet doen of iemand wilt zijn in je leven, hangt niet af van het aantal werkuren. […] Iets in onszelf stuwt ons voort en zorgt ervoor dat we nooit tevreden zijn met onze status-quo, dat wil zeggen met ons leven zoals het zich aandient. Noem het verbeeldingskracht, verlangen, streven of passie. Het zorgt ervoor dat we onszelf verliezen in wat we doen en de vraag is wat daar mis mee is.’

Ofwel: het gaat er niet om hoeveel tijd je ergens in stopt, maar om wát je doet. Maar dan is er ook weer dat andere liedje dat ik maar niet uit mijn hoofd krijg: it ain’t what you do, it’s the way that you do it, that’s what gets results.

Het is om rusteloos van te worden…

 

Over de auteur

 

 

 

Door Edwin Gitsels / Biografiebureau Dit is je leven - 08/04/20

Dit is zo’n bijzondere tijd, dit vergeet je nooit meer! Maar is dat wel zo? Het menselijk geheugen is als een hond die gaat liggen waar hij wil en juist de dingen die je weggegooid had kwispelstaartend komt terugbrengen. Hoe krijg je daar controle over? Simpel: schrijf alles op. Lees waarom een dagboek essentieel is. Juist nu! 

Je kunt geen krant openslaan of radio- of tv aanzetten of je leest of hoort dat we in bizarre tijden leven en dat de wereld nooit meer hetzelfde zal zijn. De term ‘het nieuwe normaal’ komt niet normaal vaak voorbij op een dag.
Het is nu al onwennig om een tv-programma met publiek te zien, helemaal als erin lustig handen geschud, gezoend en geknuffeld wordt. Zo snel past onze kijk op de wereld zich aan.
Zo’n bijzondere tijd, die zul je je nog tot in lengte van dagen tot in detail herinneren. Denk je nu. Vergeet het maar. Of beter: vergeet het niet! Hoogleraar en geheugenprofessor Douwe Draaisma: ‘We moeten ons geheugen niet als een archief zien waarin onveranderlijke aantekeningen en notities liggen, maar eerder als een veel vloeiender, diffuser bewaarsysteem dat onder invloed blijft staan van dingen die later plaatsvinden.’

ONS GEHEUGEN IS GEEN RECORDER

We zijn geneigd te denken dat ons geheugen als een soort recorder werkt. Alles is ergens in je brein opgeslagen, als je er maar op de juiste manier in poert, met de goede vragen, hypnose, therapie, dan kun je alles terugvinden. Helaas, het merendeel van wat we ervaren verdampt en laat geen spoortje achter in onze hersenen. Daar valt nog mee te leven, als wat er wèl wordt opgeslagen maar de belangrijke gebeurtenissen zijn, de dingen die je je wilt herinneren. Helaas.

Het geheugen is als een hond die niet alleen gaat liggen waar hij wil, aldus Cees Noteboom. Maar die ook nog eens kwispelstaartend aan komt dragen wat je eerder zover mogelijk van je af hebt geworpen om er nooit meer aan herinnerd te worden, voegt Douwe Draaisma toe.

Dat je niet meer weet wat je 15 jaar geleden voor je verjaardag hebt gekregen, soit. Dat je vergeten bent wat je vandaag drie jaar geleden hebt gegeten, het zij zo. Maar het is erger.

Ik zag onlangs in een agenda van 1982 dat ik negen maanden lang elke dinsdagavond een/ afspraak had met Daniël. Ik dacht: wat is dit, ik heb geen idee wie Daniël is. Gelukkig heb ik ook flinke delen van mijn leven een dagboek bijgehouden. Dus ik kon het opzoeken. Daniël bleek een klarinettist te zijn die ik hielp studeren door hem op de piano te begeleiden. Maar dacht je dat ik een Aha-erlebnis had toen ik dat las? Zo van: oooh ja, díe Daniël. Nope. Daniël is en blijft een blinde vlek. Sorry, Daniël.

ALLES STAAT STIL

Nu denk je misschien: “Is het mijn probleem dat jij zo’n schandalig slecht geheugen hebt? Zal wel Korsakov zijn. Mij gebeurt dat niet.” Laat ik je uit de droom helpen: het overkomt iedereen. Ik interview voor mijn werk als biograaf veel mensen over vroeger. Ik vroeg bijvoorbeeld onlangs aan Kees: hadden jullie vroeger televisie thuis? Kees antwoordde: ‘Nee, toen ik 11, 12 jaar was gingen we bij tante Tinie verderop in de straat kijken, die had een televisie. De halve buurt zat elke woensdagmiddag bij haar in huis, kregen we ranja en biscuitjes.’
Wat was je favoriete programma? ‘Ti-Ta-Tovenaar! “Dan doe ik dit, en alles staat stil!” “Ik kan wel zien dat jij geen echte Grobbebol bent!” Heerlijk.’

Later even gegoogeld: Ti-Ta-Tovenaar was in 1972 voor het eerst op de buis. Toen was Kees 19 jaar. Geen echte Grobbebol, dus.

Een triviaal voorbeeld wellicht, maar het gaat mij om de grote stelligheid waarmee het antwoord binnen een seconde werd gegeven. Zo was het, zo is het gegaan. Nou, niet dus.

Het lijkt voor velen van ons momenteel alsof alles stilstaat, maar alles verandert juist razend snel. Tot twee weken geleden deed ik elke thuiswerk- of vrije dag samen met Petra boodschappen aan het eind van de dag. Kan niet meer: boodschappen doe je nu alleen.
’s Morgens ga ik elke dag een uur fietsen of (hard)lopen zodat ik de rest van de dag in en rond het huis kan blijven. Als ik iemand tegenkom, duikt hij of zij bijna de berm in om maar anderhalve meter afstand te houden. Of ik doe dat zelf, als er bijvoorbeeld  iemand aankomt die zijn hond uitlaat. ‘Hoeft niet hoor,’ roept de hondenbezitter. ‘Hij doet niks.’
In vier weken tijd heb ik maar 82 kilometer autogereden, een diepterecord. Ik wil het allemaal onthouden. Dat drie vrienden van ons in het ziekenhuis liggen met ernstige complicaties, dat zal ik heus niet vergeten. Maar al die details. Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.

Klussen

Juist de gewone zaken in het leven vergeten we. Tenzij we ze fotograferen of opschrijven.

GLAD VERGETEN

Er is maar één remedie: opschrijven. Al is het alleen al voor je eigen plezier. Vorige week las ik in mijn dagboek uit 2010 dat ik op 23 februari een onbedwingbare aandrang had om naar schaatsen te gaan kijken. Ik kijk nooit naar schaatsen. Ik vind schaatsen stom. Maar ik ging toch kijken, en ik zag Sven Kramer zijn legendarische wisselfout maken.

Die wisselfout zelf, die weet ik heus nog wel, en ook dat hem live gezien heb. Maar dat ik die mysterieuze neiging om de tv aan te zetten had, dat was ik glad vergeten. Wat een leuk gegeven!

De sensatie van het jaren later teruglezen van je eigen leven, dat is iets wat ik maar moeilijk uit kan leggen aan mensen die die ervaring niet kennen. Het lijkt een beetje op een oude foto van jezelf tegenkomen die je lang niet hebt gezien.
Schrijf elke dag iets. Al zijn het maar een paar regels. Je toekomstige zelf zal je er eeuwig dankbaar voor zijn. Net als je eventuele (klein)kinderen.

Over de auteur

 

Door Edwin Gitsels / Biografiebureau Dit is je leven - 29/03/20

Hoogleraar psychologie en geluksonderzoeker Sonja Lyobomirsky heeft ‘De zeven mythes rond geluk’ ontdekt: breed gedeelde opvattingen over wat belangrijk is om een gelukkig leven te kunnen leiden, maar die illusies zijn. Omdat je je eigen leven het best kent, deel ik graag mijn persoonlijke ervaringen met deze misverstanden. Zeven geluksmythes ontmanteld…

1/ Geluk = met de juiste persoon trouwen

Getrouwd zijn op zich maakt ons gelukkiger, dat klopt, zo blijkt uit onderzoek. Maar studies tonen ook aan dat het grote geluksgevoel dat het huwelijk veroorzaakt maar twee jaar duurt. Daarna wordt het ‘gewoon’, en dan denken we vervolgens dat er iets mis is met ons, aldus professor Lyobomirsky. Vandaar ook dat het aantal scheidingen zo is toegenomen.
Mijn persoonlijke ervaring is dat samenwonen of getrouwd zijn nauwelijks verschil maakt. Ik wilde na 10 jaar ‘verkering’ met Petra trouwen omdat ik het niet op m’n 50e (een leeftijd die ik inmiddels ruim gepasseerd ben) nog steeds over ‘mijn vriendin’ wilde hebben. Vond ik onvolwassen.
We zijn nu 35 jaar bij elkaar, waarvan 25 getrouwd. Natuurlijk komt er na de eerste vlinders-in-je-buik-tijd iets anders voor in de plaats. Maar hoe meer verleden je samen deelt, hoe hechter de band wordt. En of iemand de juiste persoon is, daar moet je continu aan blijven werken door elkaar aandacht te geven en te steunen, en vooral niets van elkaar te eisen. ‘Jij moet (met) mij (niet)…’, dat soort kreten.

Wij moeten helemaal niets, behalve van elkaar houden en elkaars vrijheid en keuzes respecteren. Omdat zij dat ook vindt, is zij de juiste persoon voor mij. En om nog 1001 redenen, maar dat staat hier nu even buiten.

Petra en ondergetekende op onze trouwdag, 14-02-1994.

2/ Nu mijn relatie kapot is, zal ik nooit meer gelukkig zijn

Sonja Lyobomirsky schrijft: wij lijden onder een enorme angst voor liefdesbreuken en echtscheidingen, maar het blijkt dat gemiddeld vier jaar na de ontbinding van een moeizame relatie mensen gelukkiger zijn dan tijdens die relatie.
Dat klopt. Toen ik op mijn 20e voor het eerst werd gedumpt, na een relatie van ruim twee jaar, dacht ik zo ongeveer dat mijn leven voorbij was. Das Leiden des jungen Edwins. Het tegendeel was waar, het begon allemaal pas. Na een moeizaam half jaar krabbelde ik overeind.
Een paar avontuurtjes volgden tot ik begin 1984 Petra tegenkwam (zie ook Mythe 1). Angst dat wij uit elkaar zouden gaan heb ik nooit gehad. Bij mijn eerste twee liefdes was ik daar vaak bang voor, zo lees ik ook in mijn dagboeken van destijds terug. En dan is het net als met terrorisme: hoe banger je bent, hoe meer je het monster voedt.

3/ Geluk = een partner hebben

Lyobomirsky merkt op dat ‘legio studies aantonen dat alleenstaanden niet minder gelukkig zijn dan gehuwden’. Dat verbaast me, want ik heb ook regelmatig het tegendeel gelezen.
Ik ken aardig wat alleenstaanden, vooral vrouwen, en ze vertellen me dat ze diep van binnen toch altijd op zoek blijven naar iemand. Of ze roepen heel stoer dat ze niemand nodig hebben en veel te veel gehecht zijn aan hun onafhankelijkheid;  maar dan ineens hangen ze aan de arm van een nieuwe vlam, verkopen hun appartement en trekken bij hem in.
Omdat er in de dierenwereld vrij weinig langdurig alleenstaanden voorkomen en ik de mens nog altijd als een wat doorgeschoten diersoort zie, denk ik dat de helft van een koppeltje zijn onze natuurlijke staat van welbevinden is. Er zijn echter ook diersoorten die elkaar de kop afbijten na de voortplantingsdaad, dus misschien is de vergelijking niet optimaal. Hoe dan ook, ik heb in mijn volwassen leven vrijwel altijd een relatie gehad, dus ik kan hier uit eigen ervaring niet zoveel zinnigs over zeggen.

4/ Geluk = je droombaan veroveren

Wacht maar, hoor je inderdaad regelmatig, als ik eenmaal daar beland ben, komt alles goed. Dat geldt niet alleen voor banen, maar ook voor ondernemingen en carrières in bijvoorbeeld muziek, theater, film, literatuur, kunst of sport, waarbij ‘die plek’ dan nummer 1 is in de Top 40, de bestsellerlijst, het erepodium etc.
Ik heb het al vaker verteld, ik had als puber drie dromen: in Toppop staan, de Hitkrant maken en bij de televisie werken. Ik heb ze alle drie gerealiseerd. Op het moment dat je dat voor elkaar krijgt, geeft dat een gigantische high. Maar na twee jaar is het gewoon werk, erg leuk werk weliswaar, maar van een droombaan alleen word je niet langdurig gelukkiger.
Veel belangrijker vind ik dat ik bij mijn werk veel in flow ben, dat wil zeggen: dat je volledig opgaat in wat je doet omdat het niet teveel, maar ook zeker niet te weinig moeite kost, en dat je de tijd helemaal vergeet.
Maar waar Lyobomirsky gek genoeg niet over heeft, is over een baan veroveren überhaupt. Want één van de grootste bedreigingen voor ons welbevinden is nog altijd werkloosheid, zo blijkt keer op keer uit onderzoek.

Met televisiemaken werd mijn derde jeugddroom werkelijkheid

5/ Geluk = rijk en succesvol zijn

Die wortel aan die stok die maar voor je uit blijft bungelen: het geluk vind je altijd een stukje verderop. Aan de andere kant van de heuvels, zongen Ramses Shaffy en Liesbeth List, ons inmiddels allebei ontvallen. Het is één van de onderwerpen die me zo boeien in levensverhalen: wat betekent rijkdom en succes voor de hoofdpersoon. Wat doet hij/zij om het te veroveren, en wat gebeurt er als hij/zij zijn/haar doel (niet) bereikt?
Ik heb veel succesvolle mensen ontmoet door mijn werk, en geleerd: op zich maakt je doel bereiken je niet gelukkig(er). Zoals Lyobomirsky terecht stelt: ‘Het zit ‘m niet in hoe succesvol we zijn, maar in wat we met ons succes aanvangen. Het gaat er niet om hoe hoog ons inkomen is, maar hoe we het besteden.’

6/ Als je ziek wordt, kun je nooit meer gelukkig zijn

De ultieme angst, niet alleen van hypochonders, en in deze tijd helemaal: ziek worden, zeker als het chronisch is, waardoor er een donkere sluier over je bestaan valt. Dat kan inderdaad als je het láát gebeuren, door continu stil te staan bij wat een vreselijk lot je heeft getroffen. Maar hier wijst professor Lyobomirsky op één van mijn overtuigingen: het leven is waar je je op focust.
Je hebt de keuze om aandacht te besteden aan zaken en bezigheden waardoor je groeit en die je zinvol vindt. Het is niet wat je overkomt, maar hoe je erop reageert wat je kwaliteit van leven bepaalt. Uit onderzoek blijkt dat of je nou het miljoen wint of in een rolstoel beland: in beide gevallen geven we het leven na een fase van gewenning hetzelfde rapportcijfer als voor de grote verandering.
Annemieke is een vriendin van mij die ruim 20 jaar geleden te horen kreeg dat ze een zeldzame vorm van kanker heeft en nog maar twee jaar te leven had. Zij is inmiddels zo’n 40 keer geopereerd, mist één long en een groot deel van haar lever. Maar ze is er nog steeds en kreeg zelfs een tweede kind toen ze al 6 jaar ziek was. Ik ken maar weinig mensen die zo alles uit het leven halen als zij. Hoge pieken, diepe dalen, maar ze lééft vol overgave!

7/ Het grote geluk is op een bepaalde leeftijd voorbij

De laatste van de ‘Zeven geluksmythes ontmanteld’: Uit onderzoek blijkt dat een overgrote meerderheid gelooft dat de kans op een gelukkig leven slinkt met de jaren. Niets is minder waar. Sonja Lyobomirsky stelt: oudere mensen zijn gelukkiger en tevredener dan jongere mensen. Drie recente studies wijzen uit dat het hoogtepunt van positiviteit zich boven de 60 bevindt. Dat schijnt te komen omdat we door het besef van onze sterfelijkheid meer overwogen keuzes maken in waar we onze tijd en aandacht aan besteden. En waar we ons wel of niet druk over maken, voeg ik daar dan aan toe. Het verstand komt, cliché cliché, met de jaren.
Zelf onderschrijf ik dit volledig: ik vind het leven steeds aangenamer, relaxter en tegelijk fascinerender worden. (En dan moet ik nog 60 worden!) Plus: ik vind andermans levens ook steeds fascinerender worden. Vandaar dat ik me op het maken van biografieën heb gestort.

Het is in deze onzekere, bedreigende fase in de geschiedenis niet makkelijk om het geluk te blijven zien. Maar zoals Merlijn Twaalfhoven in een prachtig stuk in de NRC van 28 maart schreef: ‘Laten we de kunstenaar in onszelf wat ruimte geven en het lege canvas dat voor ons ligt zien als een rijkdom aan mogelijkheden.’
Ik zou daar aan toe willen voegen: en laten we de ruimte nemen om de levenskunstenaar in onszelf te zien. En te waarderen en terug te kijken op wat we allemaal al tot bestand hebben gebracht, simpelweg door te leven.

 

Over Edwin Gitsels - Dit is je leven

               DE BIOGRAFIE-GITS - blog door Edwin GITSels - 02/08/19

In de vele artikelen die er zijn verschenen naar aanleiding van het overlijden van Rutger Hauer viel mij iets op. Ik las dat hij tot drie keer toe is gevraagd voor de rol van de slechterik in een James Bond-film. Drie keer heeft hij ‘nee’ gezegd. Als hij de bad guy speelde, zoals in bijvoorbeeld Blade Runner en The Hitcher, was het altijd een gelaagde antiheld. De schurken in Bond-films waren hem te simplistisch. Lucratief, maar oninteressant. Daar is een belangrijke les uit te trekken. Dit is je levensles van… Rutger Hauer.

Jeroen Krabbé zei in 1987 wel ‘ja’ tegen 007. Hij speelde de verdorven generaal Koskov in The Living Daylights. Dat betekende zijn Hollywood-doorbraak, waarna hij in onder meer The Prince of Tides met Barbra Streisand en The Fugitive met Harrison Ford speelde. Ook iconen als Telly ‘Kojak’ Savalas, Christopher Walken, Sean Bean en Mads Mikkelsen gingen gretig in op de uitnodiging om de rol van Bond-vijand in te vullen. Hauer dus niet. Hij volgde zijn eigen koers en liet zich niet afleiden door geld of roem.

Rutger Hauer en Jeroen Krabbé

Rutger Hauer en Jeroen Krabbé bij de première van De Soldaat van Oranje. Krabbé zei wel ja tegen James Bond.

IS EEN ‘NEE’ EGOÏSTISCH?

Waarom is in het dagelijks leven ‘nee’ zeggen vaak zo ingewikkeld? Anderen teleurstellen is moeilijk omdat we denken dat het egoïstisch is. In haar prachtboek Finding Your Own North Star schrijft Martha Beck: ‘De strijdkreet van je sociale zelf is: “Je kunt niet steeds nee zeggen elke keer als er iets onaangenaams voorbij komt. Mensen moeten doen wat ze moeten doen.” Je sociale zelf heeft geleerd ‘ja’ te zeggen in weerzin opwekkende situaties omdat het gelooft dat er geen uitweg is. Als je stopt met de ‘nee’s’ te gehoorzamen die van de mensen om je heen komen en begint te luisteren naar de ‘nee’s’ van binnen uit jou komen, dan zullen veel van deze mensen – mogelijk inclusief degenen van wie je het meeste houdt – verbijsterd zijn en in de weerstand schieten. De kans bestaat dat je een paar verliezen gaat lijden.’

Martha Beck at TedX

Martha Beck tijdens een van haar TedX presentaties

ARROGANT, ONDANKBAAR OF DWARS

‘Nee’ zeggen tegen situaties die weerzin opwekken, waar Martha Beck het over heeft, dat krijgen veel mensen wel onder de knie. Maar kiezen tussen goed en beter, die afweging kan hoofdbrekens veroorzaken. ‘Nee’ zeggen tegen iets dat je best graag doet en waar je iemand anders blij mee maakt, maar waar je na veel wikken en wegen toch ‘nee’ tegen zegt omdat je daarmee ‘ja’ zegt tegen iets wat je nóg liever wilt en wat vooral voor jezelf positief is, dat is best een dingetje.

De angst om afgewezen te worden, dat is misschien wel de belangrijkste oorzaak waarom we het zo moeilijk vinden om ‘nee’ te zeggen, zoals Martha Beck beaamt. Omdat mensen je misschien arrogant, ondankbaar of dwars vinden. Maar vaker ‘nee’ zeggen is belangrijk om de focus te houden op de doelen die je wilt bereiken, om je energie te sparen voor wat echt van waarde is. Bovendien leer je om onderscheid te maken  tussen sociaal gewenst gedrag en gepassioneerde motivatie. En te kiezen voor het laatste.

WAKKER LIGGEN

Het kan ook zijn dat je ‘nee’ zegt tegen iets waarvan je weet dat het je veel kan opleveren en je verder kan helpen. Alleen helpt het je verder op een pad waar je niet voor kiest. Dat is wat Rutger Hauer deed bij zijn keuze van rollen en projecten. Afgelopen jaar heb ik ook meermalen ‘nee’ moeten zeggen tegen aanlokkelijke aanbiedingen van diverse tv-producenten om de eindredactie van mooie programma’s te komen doen. Dat zeg ik niet interessant te doen, maar om inzicht te geven in het proces. Ik vond dat nee-zeggen heel lastig en heb daar een paar maal echt wakker van gelegen. Dat had vier oorzaken:

1/ De angst dat zo’n opdrachtgever me de volgende keer niet meer belt

2/ Als het dan ook nog gaat om iemand met wie ik een persoonlijke band heb, wil ik diegene niet afwijzen of kwetsen door mijn ‘nee’

3/ De worsteling om zulke prachtige kansen naast me neer te leggen, ervaringen te missen. Het liefst zou ik drie levens tegelijk leven en alles aanpakken

4/ De twijfel of de reden van mijn nee’s, namelijk ja zeggen tegen mijn eigen bedrijf, uiteindelijk wel de juiste zou blijken te zijn

GROEIEND GEVOEL VAN VRIJHEID

Tegelijkertijd wist ik dondersgoed: alle vier de redenen zijn onzin. Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer: de uitdagende transitie van  mooie programma’s voor een groot publiek maken naar mijn eigen opdrachten binnenhalen en eindverantwoordelijk zijn voor elk aspect van de projecten die ik doe. Dat is een proces waarbij ik elke dag weer nieuwe dingen leer, ook door fouten te maken. En waarbij ik een groeiend gevoel van vrijheid ervaar, ondanks de vele uren en de lange dagen. Het is bovendien één groot feest en een enorm voorrecht om mijn cliënten zo enorm blij te kunnen en mogen maken met een boek of film over hun leven.

Tony Crabbe

Auteur Tony Crabbe

VIER SOORTEN ‘NEE’S’

In zijn bestseller Nooit meer te druk onderscheidt Tony Crabbe vier vormen van nee-zeggen:

1/ een oprecht ‘nee’. Als we ons in het nauw gedreven voelen omdat iemand ons heeft gevraagd iets te doen wat we niet willen doen, wringen we ons liever in allerlei bochten dan dat we op de man af ‘nee’ zeggen. De wens om te ontsnappen kan zo sterk zijn dat we een overtuigend klinkend verhaal compleet bij elkaar verzinnen om een ‘ja’ uit te sluiten. Een smoes kan je uit een lastige situatie redden en wordt vaak gebruikt met de bedoeling de andere niet voor het hoofd te stoten, maar uiteindelijk lost het niets op. Draai er niet omheen, eerlijkheid duurt het langst. Verzin geen excuses of smoesjes, adviseert Crabbe. Als het om ‘nee’ zeggen gaat, is het beter oprecht te zijn.

2/ een bedachtzaam ‘nee’. Als je bang bent om bot over te komen, zeg dan dat je meer tijd nodig hebt om goed af te kunnen wegen of een nieuwe verplichting te combineren is met al bestaande verplichtingen. Zeg daarom: ‘Daar wil ik even een nachtje over slapen’ (of wakker over liggen 😉).

NEE TEGEN ALLES WAT AFLEIDT

3/ een positief ‘nee’. Om je ‘nee’ effectief te laten zijn werkt het goed om er een ‘ja’ tegenover te zetten. Wanneer je jouw grote ‘ja’ hebt gevonden weet je ook precies waar je ‘nee’ tegen moet zeggen: tegen alles wat je afleidt van je weg naar je doel.

4/ een restrictief ‘nee’. Elk project wordt bepaald door drie factoren: de benodigde tijd, de benodigde middelen en de omvang of kwaliteit van het project bij voltooiing. Bij een restrictief ‘nee’ is het niet eens nodig om echt ‘nee’ te zeggen. Je legt uit wat er zou gebeuren als je ‘ja’ zou zeggen. Dat geen van beide partijen daar bij gebaat is. En je doet een alternatief voorstel, bijvoorbeeld dat je er twee keer zolang over doet of dat je alleen aan de opzet van het project meewerkt en dan je taken overdraagt aan een ander.

Voor welke ‘nee’ je ook kiest, je levensverhaal wordt echt jouw levensverhaal als je ‘nee’ leert zeggen tegen alles wat je er niet in wilt hebben. En dat doe je door keuzes te maken en je leven zo te leven dat je trouw blijft aan je eigen uitgangspunten. Net als Rutger Hauer.

Over de auteur

DE BIOGRAFIE-GITS - blog door Edwin GITSels - 24/05/18

Een van de grootste genieën uit de menselijke geschiedenis, Leonardo da Vinci, droeg altijd en overal een notitieblok bij zich. In totaal vulde hij in zijn leven een kleine 30.000 bladzijden. Als deze homo universalis, dit superbrein daar zoveel baat bij had, is het wellicht verstandig om zijn voorbeeld te volgen. Leonardo kende het geheim waarom aantekeningen en notities maken je leven enorm verrijkt. Bijkomend voordeel: mocht je ooit je levensverhaal willen vastleggen, dan ligt de research al min of meer klaar!

Als ik in een kantoorboekhandel zo’n draaizuil zie staan met notitieboekjes in alle soorten en maten van merken als Moleskine en Paperblanks, dan kan ik alleen door mijn complete voorraad zelfbeheersing aan te spreken voorkomen dat ik ze allemaal opkoop. Mijn betere helft Petra wijst mij dan fijntjes op het feit dat ik thuis nog een stuk of 10, 15 maagdelijke aantekenboekjes heb liggen. Zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden; Petra heeft meer tassen dan Imelda Marcus schoenen. (Dit is een hyperbool, lieve lezers.) Zwetend en trillend verlaat ik de zaak.

Vanwaar die zwakheid? Ik heb erover nagedacht en het gaat – dat kan ook niet anders – verder dan mijn bewondering voor de schoonheid van de boekjes zelf. Een leeg notitieboekje is voor mij zoiets als drie lege weken in mijn agenda omdat het vakantie is zonder iets te hebben geboekt: een combinatie van vrijheid en opwinding over waar die leegte mee gevuld gaat worden. Momenteel gebruik ik een gelinieerd boekje met A5 formaat; op de linnen, stijlvol grijze hardcover staat ‘Dream big, never quit’. Crèmekleurig papier, met een wit lintje als bladwijzer. € 3,99 bij de Action. Ongelofelijk. Ik heb inmiddels 130 pagina’s volgekalkt met aantekeningen voor blogs, biografieën, levenskunst, Over Mij pagina’s en alles waar ik me verder mee bezig houd.

VERBIJSTEREND TESTAMENT

Waarom aantekeningen en notities maken je leven verrijktDe grootmeester van het notitieboek is Leonardo Da Vinci. Zijn aantekenboeken zijn met recht ‘het meest verbijsterende testament’ genoemd ‘van de macht van de menselijke observatie en verbeeldingskracht, die ooit op papier is gezet’, aldus Walter Isaacson in zijn vorig jaar verschenen magistrale biografie van Da Vinci.
‘De nog bestaande 7200 bladzijden vertegenwoordigen ongeveer een kwart van wat Leonardo in werkelijkheid heeft geschreven. […] Leonardo’s aantekenboeken zijn niets anders dan een verbazingwekkende meevaller, een vastgelegd verslag van toegepaste creativiteit.’

Omdat papier duur was in de 15e eeuw krabbelde Leonardo elk hoekje van zijn aantekenboeken vol. Als hij op de laatste pagina was beland, begon hij weer vooraan en schreef, krabbelde, schetste en tekende verder op de nog lege kantlijnen of maagdelijk gebleven stukjes. Tel daarbij op dat hij een genie was op de meest uiteenlopende gebieden, van muziek tot toneel, van anatomie tot mechanica, van schilderkunst tot aerodynamica, van beeldhouwen tot waterhuishouding, van kosmologie tot ornithologie, en je kunt je voorstellen dat zijn aantekenboeken een duizelingwekkende kaleidoscoop aan inzichten en ideeën bieden die te samen een ongekende ode aan de ‘schoonheid van een universele geest’ (Isaacson’s woorden) zijn.

Da Vinci begon aanvankelijk met deze aantekenboeken om scènes vast te leggen die de menselijke emoties tonen. Hij schreef: ‘Als je door de stad loopt, observeer, noteer en denk dan na over de omstandigheden en het gedrag van mensen als ze ruziën, of lachen, of aan het vechten gaan.’ Dat is de kern van zijn grootsheid: hij kon observeren als geen ander, hij keek niet alleen, hij zag en doorzag. Hij ontleedde menselijke lichamen om te begrijpen hoe spieren werken en van binnenuit een beweging te kunnen schilderen of beeldhouwen. Daarom wist hij ook de subtielste glimlach uit de kunstgeschiedenis op een schilderij vast te leggen.

ALSOF JE MET JEZELF BRAINSTORMT

Waarom aantekeningen en notities maken je leven verrijktErnst Jan Pfauth van De Correspondent schreef: ‘Door je leven [in notitieboekjes] vast te leggen leer je jezelf beter kennen, je werk beter te doen en je mooiste gedachten te bewaren.’ De Amerikaanse schrijver Steven Johnson noteert al zijn invallen en gedachten in één groot Google document en leest ze regelmatig terug. ‘Het is alsof je met jezelf brainstormt,’ zegt hij daarover. ‘Je ziet je vroegere zelf een idee aftasten dat inmiddels volstrekt logisch is. Of, nog beter, je wordt herinnerd aan een idee dat opeens relevant blijkt voor een nieuw project waar je net aan begonnen bent.’

Ik herken dat. Wat het voor mij ook is, is een backup van mijn kortetermijngeheugen. Je kunt nu eenmaal niet alles onthouden, maar door het op te schrijven voorkom je dat waardevolle ideeën gedachten in rook opgaan als half vergeten droomflarden die definitief oplossen in de stoom van de hete ochtenddouche.
Als je vervolgens ook nog een systeem hanteert om je notities te rubriceren en terug te kunnen vinden, heb je een goudmijn aan multi-toepasbare informatie. Boeken – mits ze niet van de bibliotheek zijn –  lees ik altijd met een potlood in de hand; ik zet strepen en uitroeptekens in de kantlijn en Q’s bij quotes die ik waardevol vind of die me raken. Als ik het boek uit heb en ik lees opnieuw alle stukken die ik heb voorzien van aantekeningen doemt er een soort samenvatting uit op van wat voor mij belangrijk is. De passages die mij bij de tweede lezing opnieuw treffen schrijf ik op. Met de hand, want door de fysieke handeling van het schrijven beklijft de inhoud meer dan wanneer ik het intik op mijn laptop.

Mijn notitieboekjes geef ik paginanummers. Vervolgens tik ik een inhoudsopgave waarbij ik thema’s en onderwerpen van de notities benoem. Zo staat alle door mij opgedane boekenwijsheid in één groot Word-document waar ik door gebruik van steekwoorden snel dingen in terug kan vinden.

Waarom aantekeningen en notities maken je leven verrijkt

GEEF KLEUR AAN JE NOTITIES

Maar ik blijf zoeken naar verdere perfectionering. Vandaag ontdekte ik een tip van een oud analist van de Amerikaanse luchtmacht, Chris Smith: slimmer noteren door kleurgebruik. Een notitietruc die hij leerde bij de US Air Force om foutloos, praktisch en neurologisch verantwoord aantekeningen te maken. Hij gebruikt vier kleuren: zwart voor algemeen, blauw voor notities en reacties van klanten, rood voor acties of taken voor zijn team en groen voor actie of taken die bij klanten liggen. Mindmapping- en notitie-expert Michael Tipper zegt daarover: ‘Monotone tekst maakt het lastig om dingen terug te vinden. Voeg een vleugje kleur toe… en plotseling komen de notities tot leven. Ze zijn uniek, herkenbaar, beter te onthouden en interessanter. Dat betekent dat ze beter in je brein blijven kleven. En dat ze op een later moment een stuk makkelijker terug te vinden zijn.’

Ik weet nog niet welke notitie-categorie ik welke kleur ga geven, maar ik heb sterk het gevoel dat ik hier veel baat bij ga hebben.

Uiteraard zijn er voor de digitalen en papierlozen onder ons volop schitterende apps voor het maken van notities en het bewaren van alles wat je tegenkomt op internet, zoals Google Keep, Evernote en SimpleNote. Ik gebruik Wunderlist en Pocket, maar de tastbare papieren variant blijft voor mij onmisbaar. Ik heb een map vol met uit kranten en tijdschriften geknipte recensies van boeken, cd’s en films die vijf sterren kregen. Nog geen idee wat ik daarmee kan of wil, maar het voelt als een schatkistje. In mijn bureau en in een archiefkast heb ik grote stapels notitieboeken en – boekjes, volgeschreven schriftjes, dagboeken en agenda’s: als die allemaal als digitale documenten in the cloud zouden zweven zou ik er niet half zo gelukkig van worden.

VERTROUW NIET OP JE GEHEUGEN

Nog een tip tot slot. Mocht je ook aan de slag gaan met (meer) notities maken, vergeet dan niet om ook op te schrijven als je ergens een leuke quote voor op verjaardags- of andere felicitatiekaarten ziet. Dat maakt het zoveel persoonlijker dan een paar voorgedrukte regels van Hallmark. Of als je een idee voor een cadeau hebt: schrijf het op! Als je wacht tot de kalender je vertelt dat er iemand iets te vieren heeft en je dan nog een cadeau moet verzinnen, ben je dat allang weer vergeten. Vertrouw niet op je geheugen, het is één grote gatenkaas. Schrijf op, schrijf op, schrijf op!
Zijn je ouders bijvoorbeeld 50 jaar getrouwd komende november? Schrijf dan op: biografie laten maken! En zet een reminder in je agenda twee maanden daarvoor: Edwin Gitsels van Ditisjeleven.nl bellen. Dat is jouw Da Vinci code voor een onvergetelijk, levensveranderend cadeau!

 

Over de auteur

 

 

DE BIOGRAFIE-GITS - blog door Edwin GITSels - 10/05/18

Creatief schrijven, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, is goed voor je gezondheid. Dat het niet schadelijk is zal niemand verbazen, want afgezien van dat je het meestal zittend doet en we de laatste tijd doorlopend horen dat zitten het nieuwe roken is, ziet schrijven er onschuldig uit. Zelfs over muisarmen hoor je bijna niemand meer. Maar waarom schrijven gezond is? 

De eerste associatie die je waarschijnlijk zult hebben als je de woorden ‘schrijven’ en ‘gezond’ in één zin hoort is dat het gaat om je geestelijke gezondheid. Dat schrijven helpt om dingen ter verwerken en op een rijtje te zetten. Dat klopt. De afgelopen decennia zijn er over de hele wereld onderzoeken uitgevoerd met allerhande proefpersonen. Zoals dat gaat, er is een groep met mensen die intensief gaan schrijven en er is een groep die dat niet doet, en die worden dan een tijd gevolgd om te kijken of er verschillen optreden.

En dat bleek zo te zijn. Om een paar effecten te noemen die het schrijven op de eerste groep had: pijnklachten verminderden, vermoeidheidsklachten , depressiviteit, astmatische klachten namen allemaal af, relaties verbeterden, verslavingen waren makkelijker te bestrijden, en de schrijvers gingen minder vaak naar de dokter. Wat logisch is als al die klachten minder voorkwamen.

Waarom schrijven gezond is

REFLECTEREN EN ANALYSEREN

Nu is het niet zo dat het bij alle mensen die (meer) gaan schrijven dezelfde verbeteringen waarneembaar zijn. Er spelen tal van factoren mee, zowel op het gebied van het schrijven zelf (wat, hoe, hoe vaak, etcetera) als betreffende de proefpersonen zelf (afkomst, land, cultuur, maatschappij, zelfs geslacht: vrouwen hebben meer baat dan mannen.) Maar over het algemeen genomen kon men vaststellen dat, voorzichtig gezegd, positieve effecten van regelmatig schrijven substantieel vaker voorkomen dan geen of negatieve effecten. De belangrijkste reden waarom schrijven gezond is, is namelijk dat schrijvers zich bezighouden met nadenken over hun leven. Ze reflecteren en analyseren. En dat helpt om negatieve gebeurtenissen en ervaringen te verwerken en te accepteren. Het gevolg daarvan is dat stress vermindert. En zoals we allemaal weten is stress een belangrijke oorzaak van gezondheidsklachten.

Waarom schrijven gezond is

WAAROM SCHRIJVEN GEZOND IS. VOORAL JE LEVENSVERHAAL

Het opschrijven van nare, vervelende ervaringen draagt bij aan het plaatsen ervan in een grotere context: je levensverhaal. Mensen die dat niet doen hebben de neiging om erover te gaan lopen malen en tobben zonder de voordelen van het schrijverschap. De woorden en gedachten beklijven niet op papier, maar blijven rondzoemen in het hoofd.

Emoties worden verwerkt in de emotionele centra van onze hersenen, met name de amandelkern. We kunnen tegenwoordig van alles meten in de hersenen. Zo zagen onderzoekers dat als proefpersonen foto’s bekeken van mensen die een negatieve emotie uitstraalden (woede, angst, verdriet) en de proefpersoon benoemde die emotie, er minder activiteit is in de amandelkern. Benoemen ze die emotie niet, dan reageert de amandelkern veel heftiger op de getoonde emoties. Het gebruik van woorden is dus een soort bliksemafleider die het effect neutraliseert. Anders gezegd: wie zijn gevoelens benoemt, heeft de bijbehorende emoties beter onder controle. Wie ze opschrijft, heeft grotere kans op snellere en betere verwerking. Met als gevolg een sterker immuunsysteem en een betere gezondheid.

Over de auteur

DE BIOGRAFIE-GITS - blog door Edwin GITSels - 03-05-18

“Het leven is een zaak van keuzes maken, en elke keuze die je maakt, maakt jou.” Aldus John C. Maxwell, auteur van bestsellers over leiderschap. We maken de hele dag door keuzes: hoe laat sta je op, ga je wel of niet sporten, wat trek jeaan vandaag, wat neem je als ontbijt etc etc. Waar ik het hier over wil hebben zijn de grote levenskeuzes: ontslag nemen en voor jezelf beginnen, trouwen, een huis kopen, scheiden, stoppen met de pil, emigreren, grote investeringen doen. Keuzes waar je soms weken van wakker kunt liggen, en waarvan de gevolgen de loop van je leven sterk kunnen beïnvloeden. Hier volgen 4 technieken die je helpen bij grote levenskeuzes.

1/ Maak een lijst met voor- en nadelen. Maar niet zomaar…

Als je bewijsmateriaal verzamelt voor wat de voor- en nadelen zijn, heb je een duidelijker overzicht van wat de gevolgen kunnen zijn van je keuze. Ja, dûh, denk je waarschijnlijk, dat kan ik zelf ook wel bedenken. Lees toch even verder, want zomaar die lijst maken is niet genoeg, daar omt meer bij kijken.
Zet er ook bij welk gewicht je aan elk voor- of nadeel toekent. Is het salaris van die nieuwe baan belangrijker dan de secundaire voorwaarden of de vrijheid van handelen die je hebt of de reistijd? Geef punten aan elk aspect op je lijst.

De drie belangrijkste gebieden waarop je de criteria voor je keuzes toetst zijn: A/ welk doelen wil je bereiken, B/ wat zijn je principes, je kernwaarden en C/ wat zegt je intuïtie, je gevoel?

A/ is fundamenteel. We zijn sterren in kortetermijndenken. Bijvoorbeeld als verhuizen betekent dat je dit jaar niet op vakantie kunt: dan maar even niet. Maar wat als de hypotheekrente laag staat en je wilt ooit  minder gaan werken, wat als je over een paar jaar kinderen wil maar kamers tekort komt, kortom: zaken die op lange termijn pas spelen? Bedenk wat je keuzes op lange termijn voor je doelen betekenen.

Als je een keuze maakt zonder met de dingen waar je echt in gelooft (B) rekening te houden is de kans groot dat je daar later spijt van krijgt omdat je er niet duurzaam gelukkig van wordt. En vergeet ook niet in je afwegingen mee te nemen wat de gevolgen voor alle betrokkenen zijn! Dat wil niet zeggen dat je dat moet laten overheersen, uiteindelijk is het jouw leven, maar neem het wel in overweging om te voorkomen dat je onverhoeds besprongen wordt door schuldgevoelens.

Intuïtie of angst?

Je intuïtie volgen (C) is lastig, want hoe weet je of het je innerlijke kompas is of angst? Angst is een van de grootste obstakels op de weg naar het ontwikkelen van en vertrouwen op je intuïtie. Bij elke beslissing die we nemen voorspellen we de toekomst, we houden rekening met wat we denken dat er gaat gebeuren. Niks mis mee, zou je denken, maar het probleem is dat wij heel slecht zijn in voorspellen. Mensen hebben een sterke neiging om de gevolgen van hun beslissingen te overdrijven. We denken dat rijkdom ons gelukkig zal maken of dat gehandicapt raken ons leven zal verwoesten. In de praktijk blijkt dat in beide gevallen mee te vallen. Dus luister goed naar je gevoel maar laat het niet allesbepalend zijn.

Het beste is een evenwicht tussen feiten en cijfers enerzijds en je gevoelens en emoties anderzijds. Een andere valkuil is dat we vaak geneigd zijn om de feiten en cijfers die ons gevoel gelijk geven voorrang te geven. Het is soms pijnlijk en het vraagt om zelfdiscipline, maar verzamel ook gegevens die de beslissing onderbouwen die tegenovergesteld is aan wat je gevoel je ingeeft. Pas dan bereik je een evenwichtig besluit.

4 technieken die je helpen bij grote levenskeuzes

2/ Schakel hulptroepen in

Het helpt enorm als je eerlijk tegen jezelf bent en toegeeft dat je niet alles weet. Zoek input en advies bij alle deelgebieden van je keuze die buiten je kennisveld liggen. Ga op zoek naar mensen die een vergelijkbare beslissing hebben genomen in het verleden. En dan liefst natuurlijk mensen die je kent en vertrouwt, aan wiens oordeel je waarde toekent. Vertel ze waar je mee worstelt en vraag om advies, niet om bevestiging. Je hebt niets aan mensen om je heen die alleen maar zeggen wat je wilt horen. Probeer een zo gevarieerd mogelijke meedenktank te formeren, bestaande uit mensen van wie je zeker weet dat ze het beste met je voor hebben.

Wees je er wel van bewust dat jij en niemand anders de uiteindelijke keuze maakt. Dat is best tricky, want we denken vaak dat we onafhankelijk denkende individuen zijn die zich niet laten beïnvloeden wat anderen vinden en willen, maar in werkelijkheid is niemand immuun voor sociale druk. Zo zitten we als groepsdier nu eenmaal in elkaar. Is ook niet erg, zolang je je er maar bewust van bent.
Overigens is het bij minder ingrijpende keuzes als ‘welke televisie of laptop zal ik kopen?’ eveneens aan te raden om een betrouwbare bron te interviewen die onlangs een vergelijkbare aanschaf heeft gedaan, in plaats van tot in den treure websites en winkels af te struinen. Als hij/zij er blij mee is, ben jij dat vast ook!

3/ Stel jezelf deze vier vragen

Neem een keuze in gedachten, bijvoorbeeld: ja, ik koop dat hoekhuis aan het Fundaplein. En stel jezelf dan de volgende vier vragen:

Vraag 1: wat zijn de meest waarschijnlijke gevolgen van deze keuze?
Vraag 2: maar ook: wat zijn de minst waarschijnlijke gevolgen van deze keuze?

Vraag 3: wat zijn de meest waarschijnlijke gevolgen van als ik het toch niet doe?
Vraag 4: wat gebeurt er als ik het tegenovergestelde doe? (in dit voorbeeld: de rest van mijn leven in mijn huidige huurflat blijven wonen).

Je zult zien: dat helpt.

4 technieken die je helpen bij grote levenskeuzes

4/ Hanteer de Vijf Waaroms van Sakichi Toyoda.

Sakichi wie? Sakichi Toyoda, de oprichter van Toyota. (Wat zijn er toch veel filosofen onder legendarische autobouwers. Henry Ford en Elon Musk kunnen er bijvoorbeeld ook wat van!)  Hij bedacht de Vijf Waaroms, waarbij als er iets fout ging je vijf keer ‘waarom?’ moest vragen en dan kwam je bij de ware oorzaak uit.

Een voorbeeld:
Waarom (1) ben je je blog kwijt? Omdat mijn laptop crashte voordat ik het stuk gesaved had. Waarom (2)? Omdat ik tegen een deadline aan zat te tikken en het vergat. Waarom (3)? Omdat ik heb geleerd dat consequent zijn in blogs posten essentieel is en er vandaag weer eentje af moest. Waarom (4)? Omdat ik graag een groot lezerspubliek wil trekken met mijn blogs. Waarom (5)? Omdat ik me dan meer gewaardeerd en serieus genomen voel.

Met andere woorden: je moet je hele blog opnieuw schrijven omdat je door je minderwaardigheidscomplex onzorgvuldig bezig was.

Het werkt ook met grote beslissingen:
Waarom wil je voor jezelf beginnen (1)? Omdat ik mijn leven anders wil inrichten. Waarom (2)? Omdat ik zelf wil kunnen bepalen wanneer ik werk en waaraan. Waarom (3)? Omdat ik er een hekel aan heb als anderen voor mij bepalen wat ik moet doen. Waarom (4)? Omdat mijn moeder dat de eerste 20 jaar en mijn ex de tweede 20 jaar van mijn leven gedaan heeft en ik dat voorgoed uit mijn leven wil bannen. Waarom (5)? Omdat ik privé nu, na mijn scheiding, weet hoe vrijheid voelt, je maar één keer leeft en ik die vrijheid beroepsmatig ook wil. Dan maar wat minder inkomsten en harder werken, maar wel op mijn eigen voorwaarden.

Voilà! Je wilt voor jezelf beginnen omdat je je hebt bevrijd van de overheersende vrouwen in je leven. Als je dat weet, kun je vervolgens een afweging maken of je dat voldoende cq de juiste reden vindt.

Tot slot nog drie overwegingen

1/ uit onderzoek blijkt dat snelle beslissers, zelfs bij gebrekkige informatie, vaker tevreden zijn over hun keuzes dan mensen die uitgebreid research doen en zorgvuldig hun opties afwegen.

2/ En als het uiteindelijk toch mis gaat, maar je hebt de volledige verantwoordelijkheid voor je keuze genomen, dan weet je dat je je best hebt gedaan en een waardevolle informatie hebt opgedaan voor de volgende keuze.

3/ Een keuze waarbij je van een kilometer afstand ziet wat de beste optie is, noemen we een nobrainer. Een voorbeeld is: wel of geen abonnee worden van het digitale maandmagazine De Biograaf. Het meinummer staat geheel in het teken van Keuzes, met nog veel meer tips, Edwin Evers over zijn keuze om te stoppen met zijn ochtendprogramma, vijf onbeduidende beslissingen die de geschiedenis veranderden en meer!

 

Over de auteur

 

 

 

 

 

DE BIOGRAFIE-GITS - blog door Edwin GITSels - 19-04-18

Er komen steeds meer onderzoeken naar buiten waaruit blijkt dat we teveel op ons bord hebben en tegen onze grenzen aan het aanlopen zijn. Burnout is zo ongeveer volksziekte nummer 1 geworden. Veertien jaar geleden heb ik aan den lijve ondervonden: moeten maakt ziek. Ik deel mijn ervaring omdat ik wil laten zien waarom je ‘moeten’ zoveel mogelijk uit je leven moet schrappen. Hoe tegenstrijdig dat ook klinkt misschien. Je leeft maar 1 keer, is de nieuwe tagline van De Biograaf. Delete daarom alles wat negatief is. En voor mij is dat ‘moeten’. 

Als mijn lieftallige echtgenote zegt: ‘Ik moet nog boodschappen doen’ of ‘Ik moet morgen werken’, reageer ik sinds jaar en dag onmiddellijk met: ‘Moeten? Moeten? Niks moet, alles mag.’ Ergens in de loop van de tijd is ‘Niks moet, alles mag’ komen te vervallen en zeg ik alleen nog maar ‘Moeten? Moeten?’ Die twee woorden maken overigens geen onderdeel uit van het gesprek, ze worden door ons beiden verder volkomen genegeerd. Het is gewoon geluid. Ik vraag bijvoorbeeld  ‘Hoe laat moet (sic!) je dan op je werk zijn?’ Het is niet eens mijn bewuste keuze om ‘Moeten? Moeten?’ te zeggen, het rolt er automatisch uit. Zoals wanneer je ‘Who you gonna call?’ hoort, zonder dat je er iets aan kan doen ‘Ghostbusters!’ roept. Het lijkt dus zinloos, onbelangrijk, misschien zelfs irritant.

MOETEN MAAKT ZIEK

Maar het is extreem waardevol! Omdat het de bevestiging is van een Belangrijke Levensles die ik daadwerkelijk heb geïntegreerd in mijn manier van leven. Die zonder dat ik erbij na hoef te denken onderdeel van mijn systeem, van mijn gedrag is geworden. De Belangrijke Levensles was: ‘Moeten maakt ziek.’ Het Nieuwe Gedrag is: ‘Wees alert op elk signaal dat teveel Moeten weer in je leven sluipt.’

Het is geen nieuws dat veel van ons automatisch gedrag, van onze gedachten en hoe we op gebeurtenissen reageren wordt bepaald door onze opvoeding en door alle invloeden waaraan we in onze jeugd hebben blootgestaan. Het heeft lang geduurd voordat ik het met terugwerkende kracht echt heb beseft – ik wist niet beter-, maar mijn ouders waren altijd aan het werk. Altijd. En dan bedoel ik werk in de brede zin van het woord: niet alleen betaalde arbeid, maar ook klussen, huishouden, administratie, kortom: nuttig bezig zijn.

Als mijn vader uit zijn werk kwam rond 6 uur, half 7, gingen we eten, en vervolgens ging hij een uurtje liggen pitten op de bank. Standaard om 8 uur maakte ik hem wakker met koffie (die ik zette) en dan ging hij aan de slag met zijn nooit-eindigende (overigens van extreem vakmanschap getuigende) kluswerkzaamheden aan ons huis.
Ook mijn moeder ging na de afwas even slapen, in de slaapkamer. Ook haar bracht ik om 8 uur koffie en ook zij ging dan aan het werk. Huishoudelijk werk, strijken bijvoorbeeld, of achter de naaimachine, of ze ging nog een paar uurtjes driftig op bandjes ingesproken verslagen van doktoren uit zitten typen: ze was in die tijd medisch dictafoniste en nam haar werk regelmatig mee naar huis.

Waarom je 'moeten'zoveel mogelijk uit je leven moet schrappen

Met mijn ouders op mijn diploma-uitreiking in 1985

EEN BIJNA BURNOUT

Mijn ouders met een boek op de bank? Of lekker op een luie stoel in de achtertuin in de zon? In die jaren waren het mij onbekende beelden. Hun arbeidsethos grensde aan manie.

Het is dan ook niet verrassend dat ik in mijn eindexamenjaar een compleet studieschema had opgesteld dat al ver voordat mijn klasgenoten de boeken indoken begon. Dat ik vervolgens met twee negens, drie achten en twee zevens op mijn cijferlijst slaagde.

Evenmin is het raar dat ik eind 2003, op m’n 42e, een bijna burnout kreeg. Ik had net weer een serie afleveringen van Wintertijd af, met werkweken van minstens 50 uur, en zou in het nieuwe jaar met Nance een serie programma’s over het songfestival gaan maken, maar ik was al bijna een jaar lang alleen maar moe, moe, moe. Ik stond al moe op. Het emmertje was vol en ik heb me ziek gemeld. De steun die ik toen vanuit IDTV kreeg was overigens geweldig, grote bossen bloemen, doe rustig aan, neem je tijd, etc.

Ik ben uiteindelijk een half jaar uit de running geweest en heb door gesprekken en door veel over de materie te lezen ingezien dat ik simpelweg nooit had geleerd me te ontspannen. Ik moest altijd van alles van mezelf, en alles wat ik deed moest nut hebben. Ook naast mijn werk. Moeten, moeten.

Ik weet niet meer waar ik het gelezen heb, maar één advies trof me recht in mijn hart: ban moeten uit je leven. Natuurlijk kan dat niet 100%, je moet bijvoorbeeld soms naar de wc, je moet je tanden poetsen, je moet belastingaangifte doen, etc. Maar er is zoveel dat we van onszelf moeten dat nergens voor nodig is. En als je daar alert op bent, kritisch op bent, dan kan er waarschijnlijk heel veel zó van je mentale (en van je digitale!) to do list geschrapt worden.

NIETS MOET, ALLES MAG

Sindsdien gaat er bij mij een alarmbelletje af als ik het woordje ‘moeten’ hoor. Dat gaat vanzelf, daar hoef ik niets meer voor te doen. Door eens een keertje flink op je bek te gaan leer je die les wel.

Ik werk nog steeds 50 uur per week gemiddeld, maar door er anders naar te kijken is het geen moeten meer, maar willen. Ervan genieten. En durven kiezen voor activiteiten waar je blij van wordt, die je in flow brengen, waar je hart ligt. Dat vergt soms moed en het maakt je kwetsbaar. Maar het ogenschijnlijk ondoordringbare pantser van moeten, van presteren, van wel-eens-even-laten-zien-wat-je-allemaal-voor-elkaar-krijgt maakt je niet alleen net zo kwetsbaar, het maakt je ziek.

De eerste keer dat ik mijn vader eindelijk in een stoel zag zitten, zomaar midden op de dag, stil voor zich uit starend, was toen hij – pas 68 jaar oud – te horen had gekregen dat hij ongeneeslijk ziek was. Drie maanden later was hij dood. Eindelijk rust. Had hij maar wat vaker gedaan wat ik op een zomerse dag als vandaag wel een paar uurtjes ga doen: lekker in de zon zitten, ontspannen genieten.

Ik wil hiermee beslist niet zeggen dat actief zijn niet goed zou zijn, juist wel! Het gaat om de balans. Mijn burnoutje in 2003/2004 werd niet veroorzaakt doordat ik te hard werkte of doordat ik niet deed waar mijn hart lag: Wintertijd was geweldig om te maken. Het lag aan mijn onvermogen me voldoende te ontspannen. Al doe je nog zulk leuk werk, al puilt je agenda uit van inspirerende bezigheden, afspraken en activiteiten, de ruimte nemen om te spelen en ontspannen is ook belangrijk. ‘Moet ook’, wilde ik bijna opschrijven.

Moeten? Moeten? Niets moet, alles mag.

Over de auteur