Hoogleraar psychologie en geluksonderzoeker Sonja Lyobomirsky heeft ‘De zeven mythes rond geluk’ ontdekt: breed gedeelde opvattingen over wat belangrijk is om een gelukkig leven te kunnen leiden, maar die illusies zijn. Omdat je je eigen leven het best kent, deel ik graag mijn persoonlijke ervaringen met deze misverstanden. Zeven geluksmythes ontmanteld…

1/ Geluk = met de juiste persoon trouwen

Getrouwd zijn op zich maakt ons gelukkiger, dat klopt, zo blijkt uit onderzoek. Maar studies tonen ook aan dat het grote geluksgevoel dat het huwelijk veroorzaakt maar twee jaar duurt. Daarna wordt het ‘gewoon’, en dan denken we vervolgens dat er iets mis is met ons, aldus professor Lyobomirsky. Vandaar ook dat het aantal scheidingen zo is toegenomen.
Mijn persoonlijke ervaring is dat samenwonen of getrouwd zijn nauwelijks verschil maakt. Ik wilde na 10 jaar ‘verkering’ met Petra trouwen omdat ik het niet op m’n 50e (een leeftijd die ik inmiddels ruim gepasseerd ben) nog steeds over ‘mijn vriendin’ wilde hebben. Vond ik onvolwassen.
We zijn nu 35 jaar bij elkaar, waarvan 25 getrouwd. Natuurlijk komt er na de eerste vlinders-in-je-buik-tijd iets anders voor in de plaats, maar hoe meer verleden je samen deelt, hoe hechter de band wordt. En of iemand de juiste persoon is, daar moet je continu aan blijven werken door elkaar aandacht te geven en te steunen, en vooral niets van elkaar te eisen. ‘Jij moet (met) mij (niet)…’, dat soort kreten. Wij moeten helemaal niets, behalve van elkaar houden en elkaars vrijheid en keuzes respecteren. Omdat zij dat ook vindt, is zij de juiste persoon voor mij. En om nog 1001 redenen, maar dat staat hier nu even buiten.

Petra en ondergetekende op onze trouwdag, 14-02-1994.

2/ Nu mijn relatie kapot is, zal ik nooit meer gelukkig zijn

Sonja Lyobomirsky schrijft: wij lijden onder een enorme angst voor liefdesbreuken en echtscheidingen, maar het blijkt dat gemiddeld vier jaar na de ontbinding van een moeizame relatie mensen gelukkiger zijn dan tijdens die relatie.
Dat klopt. Toen ik op mijn 20e voor het eerst werd gedumpt, na een relatie van ruim twee jaar, dacht ik zo ongeveer dat mijn leven voorbij was. Das Leiden des jungen Edwins. Het tegendeel was waar, het begon allemaal pas. Na een moeizaam half jaar krabbelde ik overeind. Een paar avontuurtjes volgden tot ik begin 1984 Petra tegenkwam (zie ook Mythe 1). Angst dat wij uit elkaar zouden gaan heb ik nooit gehad. Bij mijn eerste twee liefdes was ik daar vaak bang voor, zo lees ik ook in mijn dagboeken van destijds terug. En dan is het net als met terrorisme: hoe banger je bent, hoe meer je het monster voedt.

3/ Geluk = een partner hebben

Lyobomirsky merkt op dat ‘legio studies aantonen dat alleenstaanden niet minder gelukkig zijn dan gehuwden’. Dat verbaast me, want ik heb ook regelmatig het tegendeel gelezen.
Ik ken aardig wat alleenstaanden, vooral vrouwen, en ze vertellen me dat ze diep van binnen toch altijd op zoek blijven naar iemand. Of ze roepen heel stoer dat ze niemand nodig hebben en veel te veel gehecht zijn aan hun onafhankelijkheid;  maar dan ineens hangen ze aan de arm van een nieuwe vlam, verkopen hun appartement en trekken bij hem in. Omdat er in de dierenwereld vrij weinig langdurig alleenstaanden voorkomen en ik de mens nog altijd als een wat doorgeschoten diersoort zie, denk ik dat de helft van een koppeltje zijn onze natuurlijke staat van welbevinden is. Er zijn echter ook diersoorten die elkaar de kop afbijten na de voortplantingsdaad, dus misschien is de vergelijking niet optimaal. Hoe dan ook, ik heb in mijn volwassen leven vrijwel altijd een relatie gehad, dus ik kan hier uit eigen ervaring niet zoveel zinnigs over zeggen.

4/ Geluk = je droombaan veroveren

Wacht maar, hoor je inderdaad regelmatig, als ik eenmaal daar beland ben, komt alles goed. Dat geldt niet alleen voor banen, maar ook voor ondernemingen en carrières in bijvoorbeeld muziek, theater, film, literatuur, kunst of sport, waarbij ‘die plek’ dan nummer 1 is in de Top 40, de bestsellerlijst, het erepodium etc.
Ik heb het al vaker verteld, ik had als puber drie dromen: in Toppop staan, de Hitkrant maken en bij de televisie werken. Ik heb ze alle drie gerealiseerd. Op het moment dat je dat voor elkaar krijgt, geeft dat een gigantische high. Maar na twee jaar is het gewoon werk, erg leuk werk weliswaar, maar van een droombaan alleen word je niet langdurig gelukkiger. Veel belangrijker vind ik dat ik bij mijn werk veel in flow ben, dat wil zeggen: dat je volledig opgaat in wat je doet omdat het niet teveel, maar ook zeker niet te weinig moeite kost, en dat je de tijd helemaal vergeet.
Maar waar Lyobomirsky gek genoeg niet over heeft, is over een baan veroveren überhaupt. Want één van de grootste bedreigingen voor ons welbevinden is nog altijd werkloosheid, zo blijkt keer op keer uit onderzoek.

Met televisiemaken werd mijn derde jeugddroom werkelijkheid

5/ Geluk = rijk en succesvol zijn

Die wortel aan die stok die maar voor je uit blijft bungelen: het geluk vind je altijd een stukje verderop. Aan de andere kant van de heuvels, zongen Ramses Shaffy en Liesbeth List, ons inmiddels allebei ontvallen. Het is één van de onderwerpen die me zo boeien in levensverhalen: wat betekent rijkdom en succes voor de hoofdpersoon, wat doet hij/zij om het te veroveren, en wat gebeurt er als hij/zij zijn/haar doel (niet) bereikt? Ik heb veel succesvolle mensen ontmoet door mijn werk, en geleerd: op zich maakt je doel bereiken je niet gelukkig(er). Zoals Lyobomirsky terecht stelt: ‘Het zit ‘m niet in hoe succesvol we zijn, maar in wat we met ons succes aanvangen. Het gaat er niet om hoe hoog ons inkomen is, maar hoe we het besteden.’

6/ Als je ziek wordt, kun je nooit meer gelukkig zijn

De ultieme angst, niet alleen van hypochonders, en in deze tijd helemaal: ziek worden, zeker als het chronisch is, waardoor er een donkere sluier over je bestaan valt. Dat kan inderdaad als je het láát gebeuren, door continu stil te staan bij wat een vreselijk lot je heeft getroffen. Maar hier wijst professor Lyobomirsky op één van mijn overtuigingen: het leven is waar je je op focust. Je hebt de keuze om aandacht te besteden aan zaken en bezigheden waardoor je groeit en die je zinvol vindt. Het is niet wat je overkomt, maar hoe je erop reageert wat je kwaliteit van leven bepaalt. Uit onderzoek blijkt dat of je nou het miljoen wint of in een rolstoel beland: in beide gevallen geven we het leven na een fase van gewenning hetzelfde rapportcijfer als voor de grote verandering.
Annemieke is een vriendin van mij die ruim 20 jaar geleden te horen kreeg dat ze een zeldzame vorm van kanker heeft en nog maar twee jaar te leven had. Zij is inmiddels zo’n 40 keer geopereerd, mist één long en een groot deel van haar lever, maar ze is er nog steeds en kreeg zelfs een tweede kind toen ze al 6 jaar ziek was. Ik ken maar weinig mensen die zo alles uit het leven halen als zij. Hoge pieken, diepe dalen, maar ze lééft vol overgave!

7/ Het grote geluk is op een bepaalde leeftijd voorbij

Uit onderzoek blijkt dat een overgrote meerderheid gelooft dat de kans op een gelukkig leven slinkt met de jaren. Niets is minder waar. Sonja Lyobomirsky stelt: oudere mensen zijn gelukkiger en tevredener dan jongere mensen. Drie recente studies wijzen uit dat het hoogtepunt van positiviteit zich boven de 60 bevindt. Dat schijnt te komen omdat we door het besef van onze sterfelijkheid meer overwogen keuzes maken in waar we onze tijd en aandacht aan besteden. En waar we ons wel of niet druk over maken, voeg ik daar dan aan toe. Het verstand komt, cliché cliché, met de jaren.
Zelf onderschrijf ik dit volledig: ik vind het leven steeds aangenamer, relaxter en tegelijk fascinerender worden. (En dan moet ik nog 60 worden!) Plus: ik vind andermans levens ook steeds fascinerender worden. Vandaar dat ik me op het maken van biografische films en boeken heb gestort.

Het is in deze onzekere, bedreigende fase in de geschiedenis niet makkelijk om het geluk te blijven zien. Maar zoals Merlijn Twaalfhoven in een prachtig stuk in de NRC van 28 maart schreef: ‘Laten we de kunstenaar in onszelf wat ruimte geven en het lege canvas dat voor ons ligt zien als een rijkdom aan mogelijkheden.’
Ik zou daar aan toe willen voegen: en laten we de ruimte nemen om de levenskunstenaar in onszelf te zien en te waarderen en terug te kijken op wat we allemaal al tot bestand hebben gebracht, simpelweg door te leven.

 

Over de auteur

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *