Door Edwin Gitsels / Biografiebureau Dit is je leven - 11/06/2021

Zeker, een biografie laten schrijven is een flinke uitgave. Het is een arbeidsintensieve klus, er gaan heel wat uren in zitten. Maar er zijn twee spreekwoorden die als je ze koppelt een no-brainer opleveren: gewoon doen, die biografie. Die spreekwoorden zijn: Je laatste jas heeft geen zakken. En: Als een mens sterft, brandt er een bibliotheek af.

 

EEN IJZERSTERK GESTEL

‘Zou je de biografie van mijn vader willen schrijven?’ vroeg de vrouw mij door de telefoon. Een cliënt van mij wiens levensverhaal ik vorig jaar had opgetekend had haar over mij verteld. ‘Natuurlijk,’ zei ik. We maakten een afspraak om kennis te maken in het verzorgingstehuis waar hij sinds anderhalf jaar woont.
Een sympathieke dame van rond de 50 kwam bij de receptie naar me toe: ‘Fijn dat je er bent. Ik ben Myra.’ Ze nam me mee naar de recreatiezaal van het tehuis. Nadat ze koffie voor ons allebei had gehaald, vertelde ze me over haar vader. ‘Hij wordt over twee maanden 90 jaar. Al een paar jaar leef ik met de gedachte dat het ieder moment afgelopen kan zijn, maar hij heeft een ijzersterk gestel. Hij ziet bijna niets meer, hij hoort slecht en hij zit in een rolstoel, maar hij blijft vrolijk en positief. Toen ik van die vriend van mijn vader hoorde dat hij zo blij was met zijn biografie die jij geschreven hebt, dacht ik: wat een goed idee!’

EEN MOOI, GEBONDEN BOEK

Die vriend was een 80-jarige man die voor zijn verjaardag van zijn kinderen cadeau had gekregen dat hij beschikking kreeg over een schrijver aan wie hij zijn levensverhaal kon vertellen. En die er vervolgens een mooi, gebonden boek met harde kaft van zou laten maken. Die schrijver was ik, vanzelfsprekend. Zes middagen lang heb ik hem geïnterviewd waarna ik zijn verhaal heb opgeschreven. Samen namen we zijn fotoalbums door en zochten we de mooiste foto’s uit om zijn verhaal te illustreren.

Ik legde mijn werkwijze aan Myra uit en vervolgens nam ze mij mee naar de kamer van haar vader. Een statige oude man met grijswit haar en gegroefd gezicht zat in een leunstoel bij het raam.
‘Pa, ik heb iemand meegebracht!’
Ondanks dat ze met flinke stemverheffing sprak, zei hij: ‘Wat?’
‘Ik heb iemand meegebracht,’ riep ze nog harder. ‘Edwin, de biograaf waar ik je over vertelde.’
‘Dag meneer Willems, leuk om kennis te maken,’ zei ik zo luid mogelijk zonder dat het ordinair schreeuwen werd.
‘Wederzijds. Gaat u zitten. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

INDRUKWEKKENDE EXPLOSIE

Wacht niet te lang met je levensverhaal

Problemen met gehoor of geheugen kunnen het vastleggen van een levensverhaal ernstig bemoeilijken

Ik zag aan de vage manier waarop hij niet naar mij, maar naar een onduidelijk punt in de kamer keek dat zijn zicht ook niet meer was wat het geweest moest zijn. En ooit was dat haarscherp, want hij had een rijk oeuvre van prachtige schilderijen opgebouwd. Hij was kunstenaar en had tot ver in de 80 doorgewerkt. In 2012 had hij nog een tentoonstelling gehad in een museum in Den Haag. Aan de muur achter hem hingen twee van zijn werken aan de muur die een indrukwekkende explosie van kleuren door de ruime kamer verspreidden.
Ik had het een en ander over hem op internet gevonden en zijn dochter had me door de telefoon ook al in grote lijnen over zijn leven verteld. ‘Weet u nog wanneer u besloot kunstschilder te worden?’ vroeg ik. ‘Hè, wat?’, zei hij.

Anderhalf uur heb ik geprobeerd hem te interviewen. Maar los van dat het uiterst moeizaam converseren was doordat zijn gehoor zo slecht was, bleek ook zijn geheugen niet meer goed te functioneren. Op een aantal vragen reageerde hij met: ‘Dat weet ik niet meer, hoor.’ Op zich is dat niet erg. Verontrustender was dat hij antwoorden gaf die aantoonbaar niet klopten. Het bestaan van zijn eerste vrouw, de moeder van mijn opdrachtgeefster, had hij gewist. Zijn tweede vrouw was in zijn huidige autobiografische geheugen samengesmolten met de eerste.. Hij was het grootste deel van zijn leven met haar getrouwd was geweest, ze was enkele jaren geleden was overleden.  Het werd me in dat eerste gesprek pijnlijk duidelijk dat op basis van wat hij mij nu als 89-jarige vertelde ik geen biografie kon schrijven die hem recht zou doen. Hij was een onbetrouwbare getuige van zijn eigen leven geworden.

Hij was een onbetrouwbare getuige van zijn eigen leven geworden.

 

HARD ACHTERUIT GEGAAN

Na afloop dronk ik nog een kop koffie met zijn dochter en zei: ‘Ik kan zeker een biografie van je vader schrijven. Maar dan moet ik op zoek gaan naar mensen die hem gekend en meegemaakt hebben. Zijn die er?’
Er was nog een jongere broer, er waren nog twee vrienden en ook de galeriehouder die zijn laatste expositie samenstelde en veel over hem en over zijn werk wist leefde nog. ‘Mijn broer en ik kunnen je natuurlijk ook een hoop vertellen, en mijn moeder leeft ook nog. Zij is twaalf jaar jonger dan hij, wat mede de oorzaak was van dat ze maar kort bij elkaar zijn gebleven.’
‘Prima. En mocht je nog brieven, dagboeken, aantekeningen of andere zaken kunnen vinden, dan hou ik me zeer aanbevolen.’

Toen ze me naar de uitgang bracht zei ze: ‘Was ik nou maar een paar jaar eerder op het idee gekomen. Hij is sinds het overlijden van zijn vrouw hard achteruit gegaan. Daarvoor had hij je zelf alles in geuren en kleuren uit de doeken kunnen doen, en ook zij had tot aan haar dood een uitstekend geheugen.’
‘Ik ga mijn best doen om er toch een mooi levensverhaal van te maken dat hem recht doet,’ zei ik. Maar het was inderdaad heel erg jammer…

WACHT NIET TE LANG

Elke keer als een mens sterft brandt een bibliotheek af

Elke keer als een mens sterft brandt een bibliotheek af

Er is een Afrikaans gezegde dat luidt: ‘Iedere keer als een mens sterft, brandt er een bibliotheek af.’ Maar naarmate we steeds ouder worden, komt het vaker voor dat bladzijden van de boeken in de bibliotheek aan elkaar vast blijven plakken. Of dat de letters en de zinnen vervagen en onleesbaar worden. Alzheimer noemen we dat, of dementie.
Maar ik heb ook biografieën geschreven over mensen die bijna doof waren, of door een progressieve spierziekte niet meer kunnen praten. Hun verhalen heb ik gelukkig nog kunnen halen bij de mensen die een of meer boeken in die bibliotheek gelezen hadden en mij na konden vertellen wat ze zich er nog van herinnerden. Toch heeft dat niet de kracht en de waarde van de originele tekst, verteld door de auteur van die boeken zelf. Die boeken des levens in de bibliotheek uit het Afrikaanse gezegde.

Daarom mijn dringende advies: wacht niet te lang. Iedereen heeft een verhaal dat het verdiend om opgeschreven en bewaard te blijven voor komende generaties. Doe het nu, voordat de bibliotheek in rook opgaat.

Wie is Edwin Gitsels

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *